Beleggingsadvies

Beleggers die beleggingsadvies van banken hebben gekregen genieten in beginsel de hoogste bescherming onder de wet. Voordat kan worden bepaald of een belegger de hoogste mate van bescherming geniet, moet eerst worden bepaald of er daadwerkelijk sprake is van beleggingsadvies.

Het begrip “Beleggingsadvies’’

Het begrip “beleggingsadvies’’ is als zodanig niet in de Wft nader uitgewerkt. Wel valt het geven van beleggingsadvies onder de reikwijdte van adviseren in de Wft. Gelet op artikel 1:1 wordt onder adviseren verstaan: ‘’het in de uitoefening van beroep of bedrijf aanbevelen van één of meer specifieke financiële producten a. (….); of b. Bestaande uit premiepensioenvorderingen, verzekeringen of meer specifieke financiële instrumenten aan de cliënt’’.

 

Voor een specifieke definitie van beleggingsadvies moet worden gekeken naar MiFID II. Gelet op artikel 4 lid 1 onder 4 van MiFID II wordt onder beleggingsadvies verstaan: ‘’het doen van gepersonaliseerde aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op diens verzoek hetzij op initiatief van de beleggingsonderneming, met betrekking tot één of meer transacties die met financiële instrumenten verband houden’’.

 

Kortom, bij beleggingsadvies doet de beleggingsonderneming een passend voorstel omtrent een af te nemen financieel product aan de afnemer. Uiteindelijk is het aan de belegger om te beslissen of hij het geadviseerde beleggingsproduct afneemt.

Bijzondere zorgplicht beleggingsadvies

Banken zijn bij het geven van beleggingsadvies gehouden aan de Wff, MiFID II en aan een zorgplicht. De Hoge Raad deed op 3 februari 2012 een belangrijke uitspraak op het gebied van de bijzondere zorgplicht bij beleggingsadvies (HR 3 februari 2012, LJN BU4914 (Coöperatieve Rabobank Vaart en Vecht/X). Op een bank rust namelijk geen algemene, maar een bijzondere zorgplicht bij het verstrekken van beleggingsadviezen aan niet-professionele beleggers.

 

Deze bijzondere zorgplicht brengt met zich dat een bank voorafgaand aan het verstrekken van beleggingsadviezen ten eerste naar behoren doet naar de financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van de niet-professionele beleggers, zoals ook voorgeschreven door de toezichtregelgeving (KYC-regels). Maar belangrijker nog: Banken moeten niet-professionele beleggers naar behoren te waarschuwen voor de bijzondere risico’s die aan beleggingsproducten zijn verbonden en voor het geval dat bijvoorbeeld de voorgenomen beleggingsstrategie niet past bij zijn (a) financiële mogelijkheden, (b) doelstellingen, (c) zijn risicobereidheid en (d) zijn deskundigheid.

 

Het niet of onvoldoende in acht nemen van die bijzondere zorgplicht kan ertoe leiden dat een bank tegenover een belegger aansprakelijk is voor de schade.

^ Naar boven