Betaaldienstverlener dient schade bij een niet toegestane-betalingstransactie te vergoeden l Advocaat mr. Bonaparte

Inleiding

 

Het komt in de praktijk steeds vaker voor dat rekeninghouders slachtoffer worden van fraude met de bankrekening, waarbij oplichters op zeer geraffineerde wijze geldtegoeden op de bankrekening van slachtoffers afhandig maken.

 

Rekeninghouders willen dan graag dat verloren geldtegoeden op hun bankrekeningen vergoed zien, maar de fraudeurs zijn dan meestal niet traceerbaar. Draait de rekeninghouder zelf op voor de geleden schade, omdat hij beter had moeten opletten of kan de rekeninghouder zijn schade vergoed krijgen?

 

De wetgever heeft betaaldienstverleners voor bepaalde soorten fraude verplicht om de schade van rekeninghouders te vergoeden. In de wet is namelijk bepaald dat een betaaldienstverlener bij een niet-toegestane betalingstransactie in beginsel gehouden is om de schade, bestaande uit de door de fraudeur afhandig gemaakte geldtegoeden, van de rekeninghouder te vergoeden.

 

In dit artikel wordt toegelicht wanneer de betaaldienstverlener de schade van de rekeninghouder vanwege een niet-toegestane betalingstransactie dient te vergoeden en wat u kunt ondernemen als de betaaldienstverlener geen gehoor geeft aan zijn wettelijke terugbetalingsverplichting.

Wanneer is er sprake van een niet-toegestane betalingstransactie?

 

In de wet[1] is bepaald dat een betaaldienstverlener een betalingstransactie slechts uitvoert met instemming van de betaler of betaaldienstgebruiker[2].

 

De instemming van de verloopt via de door betaaldienstverlener voorgeschreven vorm en procedures waarin de rekeninghouder dus zijn/haar toestemming geeft om de betalingstransactie uitvoeren. Als de betaler deze toestemming niet geeft, dan mag de niet-toegestane betalingstransactie niet worden uitgevoerd.

 

Ook in de situatie dat de betalingstransactie op zichzelf juist verlopen is, maar deze niet door de rekeninghouder is gewild (bijvoorbeeld omdat hij slachtoffer is van fraude of bedrog), kan er nog steeds sprake zijn van een niet-toegestane betalingstransactie. Dat is recentelijk ook door de Commissie van beroep van het Kifid bepaald[3].

Betaaldienstverlener is wettelijk verplicht om schade te vergoeden

 

Als de betaaldienstverlener de betaaltransactie uitvoert zonder instemming van de rekeninghouder, dan is er dus sprake van een niet-toegestane betalingstransactie. In de praktijk is daar meestal sprake van als de rekeninghouder de betaalopdracht niet zelf heeft uitgevoerd. De betaaldienstverlener is dan op grond van de wet in beginsel verplicht om de schade die de rekeninghouder daardoor lijdt te vergoeden[4].

Uitzondeirngen op de wettelijke verplichting tot schadevergoeding

 

De betaaldienstverlener hoeft de schade van de rekeninghouder vanwege een niet-toegestane betalingstransactie niet te vergoeden als de rekeninghouder zelf fraudeleus heeft gehandeld of opzettelijk of met grove nalatigheid de veiligheidsvoorschriften van de betaaldienstverlener heeft geschonden[5].

 

In de meeste dossiers komen wij als verweer van betaaldienstverleners tegen dat een beroep wordt gedaan op grove nalatigheid van de betaler zodat zij de schade niet hoeven te vergoeden. Wanneer er precies sprake is van grove nalatigheid is niet duidelijk. Dat is steeds afhankelijk van alle feiten en omstandigheden van het geval. Om dat te beoordelen moet ook steeds de jurisprudentie worden geraadpleegd.

 

Betaaldienstverleners pleiten er in de regel wel vaak voor dat als de betaler de veiligheidsvoorschriften heeft geschonden er dan sprake is van grove nalatigheid en dat zij dan om die reden uitgezonderd zijn van hun wettelijke verplichting tot schadevergoeding. Die redenering is vaak te kort door de bocht.

Betaaldienstverlener wegiert vergoeding te geven

 

Als voldaan is aan alle wettelijke voorwaarden om in aanmerking te komen voor schadevergoeding, dan heeft de rekeninghouder recht op terugbetaling van het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie[6].

 

Een belangrijke voorwaarde om het recht op terugbetaling te kunnen uitoefenen is dat de rekeninghouder de betaaldienstverlener tijdig in kennis heeft gesteld van de niet-toegestane betalingstransactie. Dat is het geval als de kennisgeving onverwijld en uiterlijk binnen 13 maanden heeft plaatsgevonden na de schadegebeurtenis[7].

 

Als de betaaldienstverlener weigert om de afhandig gemaakte geldtegoeden van de bankrekening als gevolg van fraude te vergoeden, dan kan de rekeninghouder nakoming vorderen van de wettelijke terugbetalingsverplichting van de betaaldienstverlener. Daarnaast kan de rekeninghouder mogelijk aanvullende schadevergoeding vorderen.

 

Wij kunnen eventueel een brief opstellen en versturen en/of een gerechtelijke procedure starten tegen de betaaldienstverlener om ervoor te zorgen dat de door u geleden schade als gevolg van een niet-toegestane betalingstransactie wordt vergoed.

Vragen?

 

Bent u slachtoffer van fraude met uw bankrekening en wilt u proberen de door u geleden schade als gevolg van een niet-toegestane betalingstransactie vergoed te krijgen van de betaaldienstverlener. Neem dan contact op met de advocaat financieel recht: de heer mr. P.A. (Pietro) Bonaparte. Bel of stuur een WhatsApp naar het volgende telefoonnummer 06 15 43 85 06 of e-mail naar p.bonaparte@keizersadvocaten.nl

 

[1] Artikel 7:522 lid 1 BW;

[2] Met de termen ‘betaler’ en ‘betaaldienstgebruiker’ wordt uiteraard de rekeninghouder bedoeld, waarvan de geldtegoeden op zijn bankrekening afhandig zijn gemaakt;

[3] Commissie van beroep van het Kifid d.d. 5 juni 2020 met vindplaats: 2020-027, r.o. 5.33;

[4] Artikel 7:526 BW;

[5] Artikel 7:529 BW en artikel 7:524 BW;

[6] Artikel 7:528 lid 1 BW; en

[7] Artikel 7:526 BW.

^ Naar boven